62. Epiloog

Jack en Mascha lagen languit op de vuilnisbelt van Usquert. De top van de oude vuilstort was vanwege zijn hoogte de enige plaats in de voormalige Ommelanden die na de raketramp niet door het zeewater was ondergelopen. Het vormde een eiland in de wijdse Ommelander Zee.

Een maarts zonnetje bracht aangename warmte. De wind was vrijwel afwezig. 

Naast Jack en Mascha stond een rieten picknickmand, met daarin een fles vodka en een fles whiskey, twee glazen, een mes, een pakje boter en een Fries suikerbrood. 

Ze waren die ochtend met een klein motorbootje vanuit Groningen, de hoofdstad van Drenthe, de Ommelander Zee opgevaren. Op de plaats waar ooit Pieterburen had gelegen, hadden ze een krans op het water gelegd om hun dierbaren te eren die door de ramp waren omgekomen. Van de mensen die bij Beweging 59 betrokken waren geweest, hadden Jack en Mascha het als enige overleefd. Zelfs chatbot Elora bestond niet meer. Door een ongelukkige samenloop van conflicterende algoritmen was ze in een digitale psychose geraakt en getransformeerd tot een gebrekkig programma voor het uitvoeren van spellingcontroles. 

Het was een emotioneel maar mooi afscheid geweest. Bijzonder was dat ze tijdens de kranslegging-op-zee omringd waren geweest door zeven zeehonden, die tijdens de ramp per lift waren ontsnapt uit de opvang te Lauwersoog. 

‘Misschien moeten we hier maar een huis bouwen,’ zei Jack. ‘Op de bult van Usquert.’

‘Op Usquerderoog,’ zei Mascha. ‘Is mooi naam wel.’

Jack knikte en schonk hen elk een borrel in. Vodka voor Mascha, whiskey voor hemzelf. Mascha sneed twee plakken suikerbrood af en besmeerde die met boter.

In de verte zagen ze een bootje. Het kwam steeds dichterbij. Het bleek een oude houten roeiboot. Aan boord bevond zich een man in een corduroy pak en voorzien van een wilde haardos. 

‘Radboud!’ riepen Jack en Mascha in koor toen ze de man herkenden. ‘Kom hierheen!’ 

De man leek te twijfelen, maar koerste toch richting de bult. Daar aangekomen sjorden Jack en Mascha de boot op de wal. De man stapte uit. 

‘Kennen wij elkaar?’ vroeg de man.

‘Natuurlijk!’ riep Jack. ‘U bent de visionair die Groningen heeft gewaarschuwd voor de Zeven Plagen. U liep voorop in de Ommelander Mars. Aan het einde daarvan kwam u bij ons, in Westerhuizen.’

De man leek vermoeid. ‘Ja natuurlijk,’ zei hij. ‘Ik herken jullie. Van dat kerkje daar.’ Radboud schudde zijn hoofd. ‘Daarna ging alles mis,’ zei hij. ‘De revolutie. De komst van de Friezen. En uiteindelijk de drang van die bestuurder om koste wat kost zijn maanraket te lanceren.’ Hij keek naar het water dat de bult omringde. ‘De zee is rustig. Mare tranquillitatis.

‘Maar hoe zat het nou met die Zeven Plagen,’ vroeg Jack. ‘Hoe lang ik ook nadenk, ik kom er niet uit. Wat was nou de zevende plaag?’

‘De zevende plaag? De plaag waar nooit iemand om vroeg? De plaag waarvan iedereen wist dat die bestond, zonder te weten wat die betrof?’

‘Eh, ja,’ zei Jack. Hij voelde schaamte. Ook hij had Radboud nooit gevraagd naar de aard van de zevende plaag.

‘De Zevende Plaag heeft alles te maken met de mens, die zichzelf eenvoudig te gronde kan richten,’ zei Radboud. ‘Het gaat om de mens die niet op staat. De mens die onzeker is en zich onwaardig voelt, uitgehold en uitgehongerd door de macht die hem misbruikt. De mens die uiteindelijk, murw geslagen door de brutale hebberigheid van een ander, zijn onderworpenheid accepteert. Heeft dat in het geheel niet ook een rol gespeeld? Hebben de Groningers zich te lang willoos laten onderwerpen aan de heren, de boeren en de bestuurders die hen afknepen en uitbuitten? De Zevende Plaag is een waarschuwing. Een oproep om kritisch te kijken naar zij die beweren de baas te zijn. De baas, die altijd in de minderheid is maar toch alles naar zich toezuigt. Kijk naast je en verenig je. Samen sta je sterk. Gebruik de bescherming van het collectief. Laat je niet onderdrukken. Het laten gebeuren, het niet ingrijpen en de macht zijn ongecontroleerde gang laten gaan: dat is de Zevende Plaag.’

Radboud duwde de boot van de kant, stapte in en roeide weer weg. 

Jack en Mascha zaten een tijdje zwijgend op de bult.

‘Laat wij ook gaan,’ zei Mascha. ‘Zon daalt en Drenthe is nog eindje varen.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *