De overname van de Ommelanden door de Friezen was voor gedeputeerde Rupert Draaiman een immense schok geweest. De revolutie had namelijk een dikke, zwarte streep gezet door de plannen die hij zelf als machtig bestuurder met de provincie had. De Friezen hadden klip en klaar te kennen gegeven dat de gaswinning voor eens en voor altijd zou stoppen. Dat stond haaks op Ruperts schaduwbeleid om de gasputten vooral open te houden en de overheid goed te laten verdienen aan de opgepompte opbrengst, terwijl de Groningers zaten opgescheept met ondoorgrondelijke schadeprocedures. Een ander punt betrof de lancering van de eerste Groninger maanraket. Het laten vliegen van de raket zou het ultieme eerbetoon zijn aan zijn vermoorde vader en bovendien het symbool voor een nieuw begin van Groningen, bedoeld om de ellende van de gaswinning te vergeten. Maar sinds de omwenteling stond de raket nog meer roest te vergaren dan die al had, eenzaam in de Emmapolder op het Govert Draaiman Space Center. Ook de lanceerbasis was natuurlijk in Friese handen. Het gehele complex zou vermoedelijk snel gesloopt worden om elke herinnering uit te wissen aan – wat men noemde – de koloniale overheersing van wingewest Groningen.
Toen het tot Rupert was doorgedrongen dat de Friese bezetters niet van plan waren te vertrekken, tekende hij zich snel in voor de opleiding tot reservist. De Nederlandse regering zou, zo was zijn inschatting, snel overgaan tot herovering van de Ommelander gebieden en hij wilde dolgraag als een van de eersten het bezette gebied binnen marcheren om de Friezen eruit te werken. Hij zou dan zorgen voor voldoende oorlogsfotografen in zijn regiment die zijn glorieuze opmars zouden kunnen vastleggen. Hij zou de grote verlosser van Groningen kunnen worden.
Weken en maanden gingen echter voorbij waarin de Nederlandse regering geen enkele drang toonde om de Ommelanden weer bij Nederland te voegen. Hierover beklaagde Rupert zich hoogstpersoonlijk bij de minister-president. Die onthield zich eerst van commentaar vanwege ‘het staatsbelang’, maar Rupert was wel een van de eersten die een appje kreeg van de premier waarin gemeld werd dat ‘het probleem Groningen’ was opgelost door de Ommelanden, inclusief de gasvelden, in een lucratieve deal te verkopen aan de Verenigde Staten. De stad Groningen werd voor Nederland behouden, waarbij Stad met behoud van de status ‘provinciehoofdstad’ zou worden toegevoegd aan de provincie Drenthe.
In zijn appjes met de minister-president kwam ook de lanceerinstallatie in de Emmapolder ter sprake. Was het kunnen lanceren van de eerste maanraket van Nederlandse bodem niet al reden genoeg, zo vroeg Rupert, om de Ommelanden terug te veroveren? De premier vond van niet. ‘Rupert,’ had hij bericht, ‘dat kunnen die Amerikanen toch zoveel beter dan wij. Laat hen het ruimtevaartcentrum maar overnemen om van daar hun space shuttles of wat ze tegenwoordig ook maar hebben weg te schieten.’
Rupert was bijna gestikt in zijn woede. Het weggeven van de raketbasis zou vrijwel zeker leiden tot het verdwijnen van elke herinnering aan zijn vader. De Amerikaanse president vernoemde de laatste tijd vanuit een zekere zelfbewustheid van alles naar zichzelf, zodat het ‘Govert Draaiman Space Center’ snel verleden tijd zou zijn. De Russische raket die al een tijdje klaar stond, zou bij een handelaar in oude metalen belanden. De symboliek van de maanraket, gericht op hoop en een nieuwe toekomst voor de Groningers, zou in een klap worden weggevaagd.
Dat mocht nooit gebeuren, vond Rupert. En daarom had Rupert besloten majoor Bik Hamer in te schakelen, waarvan hij had gehoord dat die tegenwoordig als ‘zelfstandig militair’ bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven. Rupert kende Hamer nog uit de tijd dat hij de selectie deed van de Groninger astronauten.
Het kostte majoor Hamer en zijn huurlingen maar weinig moeite om de raketinstallatie op oudjaarsavond in te nemen. De tocht met de tank door de Ommelanden baarde nauwelijks opzien. Het carnaval stond weer voor de deur, zodat menigeen die het gevaarte voorbij zag komen, dacht dat de bestemming carnavalsdorp Kronkeldörp zou zijn – Kloosterburen – en de tank, als actuele knipoog, zou meerijden in een bonte optocht.
Eenmaal bij het Govert Draaiman Space Center aangekomen, kon de basis zonder moeite worden ingenomen door het team van Hamer. De Friezen hadden slechts één bewaker aangesteld – ene Bouke uit Britsum – die er als een haas vandoor was gegaan toen hij de tank over de omliggende akkers zijn kant op zag ploegen. In Britsum doen ze niet aan carnaval.
Nadat het ruimtevaartcentrum was heroverd op de Friezen, werden snel vertrouwde techneuten toegelaten om de raket te prepareren voor de lancering. In de ochtend van nieuwjaarsdag was het zover. Tegen 11:13 werd de raket de lucht ingeschoten. Direct daarna overspoelde het pr-team van Rupert Draaiman de nationale en internationale media met de trotse mededeling dat de provincie Groningen, vanuit een heroverde enclave in door Friezen bezet gebied, een maanraket had gelanceerd. ‘Draaimans ultieme middelvinger!’, zo ging het rond op het Groningsgezinde deel van Facebook en X.
Al snel werden live streams beschikbaar gemaakt die toonden hoe de raket na de lancering langzaam naar boven klom, richting de ruimte. Ook kwamen oudere beelden beschikbaar van de drie Grunnauten, de Groninger astronauten, die zwaaiden naar de camera, hun helm op deden en vlak voor de lancering de raket instapten. Dat die beelden van de astronauten niet live waren vertoond, maar pas na de lancering werden gedeeld, leidde zelfs bij de meest verstokte complottheoristen niet tot argwaan. ‘Als ze het live hadden getoond, waren de Friezen gekomen om de lancering te verstoren,’ zo zong het rond op social media. In werkelijkheid waren alleen de beelden van de opstijgende, onbemande maanraket echt. Al het andere beeldmateriaal, waaronder dat van de Grunnauten, was maanden eerder al in het geheim in een studio opgenomen, om het publiek te misleiden en om gezichtsverlies te voorkomen. De geselecteerde astronauten hadden namelijk geweigerd om daadwerkelijk in de oude raket te gaan vliegen.
Tevreden, met een glaasje Fladderak in de hand om het te vieren, keek Rupert Draaiman naar de echte live beelden van de gelanceerde raket. De regie schakelde af en toe naar eerder opgenomen beelden van de Grunnauten in de capsule van de raket, die houterig deden alsof ze met moeite de zwaartekracht trotseerden.
Na een tijdje begon Rupert te fronzen. Zou de raket niet allang onzichtbaar moeten zijn? Zou die niet allang in een baan om de aarde moeten zijn, om vanuit daar naar de maan te reizen?
Op de televisie werd zogenaamd weer geschakeld naar de binnenkant van de capsule. Getoond werd dat een van de astronauten zogenaamd zijn arm liet zweven, om te tonen dat een toestand van gewichtloosheid was bereikt.
Bewegingloos staarde Rupert naar het stipje op het televisiescherm, dat de raket betrof. Hij versmalde zijn oogleden, om beter te kunnen zien. Hij greep naar zijn telefoon om mission control in de Emmapolder te bellen. Want, zo wilde hij weten: werd het stipje nou groter?
