Na zijn inspanningen om in opdracht van gedeputeerde Rupert Draaiman de groep Groningers te selecteren die tot astronaut zouden worden opgeleid, veranderde er veel in het leven van Bik Hamer. Een succes was dat hij kort na de afronding van het selectieproject – zoals verwacht – tot majoor werd gepromoveerd. Loon naar werken, had zijn trotse vrouw gezegd. Even later ging ze ervandoor met een tien jaar jongere schout-bij-nacht met een vakantiewoning op Bonaire, hetgeen leidde tot een onaangename vechtscheiding.
De stevige veranderingen in Biks leven zetten hem aan tot het stellen van allerhande existentiële vragen. Eén ervan betrof de vraag of hij wel in het leger wilde blijven. Zou hij niet liever iets anders willen doen? Militair zijn was in zijn ogen echter het enige waar hij goed in was. Hij was begin vijftig en diende al sinds zijn twintigste in het Nederlandse leger.
Op een avond, met een fles oude jenever als gezelschap, dacht hij aan zijn vader, die zijn hele leven als handelaar in schroot en oud ijzer zelfstandig ondernemer was geweest. Zou hij niet als zelfstandig militair verder kunnen gaan? Eerst vond hij dat maar een absurde gedachte. Maar: hij zou als militair expert toch opdrachten kunnen aannemen? Gezien de onrust in de wereld zou er werk genoeg zijn. Hij zou zich bijvoorbeeld kunnen laten inhuren door bedrijven en personen om beveiligingstaken uit te voeren. Politie- en soldatenwerk in opdracht. Al googelend trof hij meerdere voorbeelden van dergelijke bedrijfjes. Veel van deze ondernemingen opereerden in de schaduw van conflictgebieden, ver van Nederland. Dat sprak Bik wel aan. Wie weet, dacht hij, word ik nog eens ingehuurd om een regering omver te werpen. Wie betaalt, die bepaalt.
Enige dagen later had hij zich al bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als eigenaar van een ‘particulier militair bedrijf’ en nam hij ontslag bij Defensie. Hij noemde zijn onderneming de Special Tactics Force Unit, afgekort tot STFU. Via een neefje lukte het hem om een oude tank uit het Sovjettijdperk op de kop te tikken, die hij met de hulp van een handige buurman weer operationeel had kunnen maken.
Bik Hamer was in business.
Het duurde niet lang tot een eerste opdracht zich aandiende. Verrassend genoeg kwam die uit Nederland. Het was Rupert Draaiman. Toch was het ook weer niet zó verrassend dat hij een belletje uit het noorden kreeg. Ook Nederland bevond zich immers in een diepe crisis, door het uitroepen van de Friese staat in de Groninger Ommelanden. Dit was net nadat Bik ontslag had genomen bij het leger gebeurd. De omwenteling had alweer een aantal maanden geleden plaatsgevonden, maar nog steeds waren de Friese rebellen de baas op het Groninger platteland. Bik vond het allemaal maar een slappe bedoening. Als hij het voor het zeggen had gehad, zou hij de Friezen subiet hebben bevochten en met kop en kont uit de provincie Groningen hebben gegooid. Het was Bik – en velen met hem – niet duidelijk waarom er nog steeds geen orde op zaken was gesteld in het Groningse.
Toen Rupert belde, verwachtte Bik dat hij zou worden ingehuurd – nu het Nederlandse leger leek te slapen – om de Ommelanden te ontzetten, door ze te verlossen van de Friezen.
Rupert had echter een andere klus voor hem. Een klus, die Bik als startende ondernemer maar al te graag wilde uitvoeren.
Op oudejaarsdag, tegen vijf uur in de middag, vertrok Bik met een drietal door hem ingehuurde soldaten – allen zzp’ers – in zijn tank naar de Ommelanden. Om twaalf uur ’s nachts, als overal in de provincie vuurwerk zou worden afgestoken, zou fase 1 van de klus moeten worden uitgevoerd. De jaarwisseling zou een perfecte dekmantel bieden, gezien het geknal en de focus van de hulpdiensten op raddraaiers. De dag erna, om 11 uur in de ochtend van nieuwjaarsdag, was het tijd voor fase 2.
Bik Hamer had er zin in.
