57. STFU

Na zijn inspanningen om in opdracht van gedeputeerde Rupert Draaiman de groep Groningers te selecteren die tot astronaut zouden worden opgeleid, veranderde er veel in het leven van Bik Hamer. Een succes was dat hij kort na de afronding van het selectieproject – zoals verwacht – tot majoor werd gepromoveerd. Loon naar werken, had zijn trotse vrouw gezegd. Even later ging ze ervandoor met een tien jaar jongere schout-bij-nacht met een vakantiewoning op Bonaire, hetgeen leidde tot een onaangename vechtscheiding. 

De stevige veranderingen in Biks leven zetten hem aan tot het stellen van allerhande existentiële vragen. Eén ervan betrof de vraag of hij wel in het leger wilde blijven. Zou hij niet liever iets anders willen doen? Militair zijn was in zijn ogen echter het enige waar hij goed in was. Hij was begin vijftig en diende al sinds zijn twintigste in het Nederlandse leger.

Op een avond, met een fles oude jenever als gezelschap, dacht hij aan zijn vader, die zijn hele leven als handelaar in schroot en oud ijzer zelfstandig ondernemer was geweest. Zou hij niet als zelfstandig militair verder kunnen gaan? Eerst vond hij dat maar een absurde gedachte. Maar: hij zou als militair expert toch opdrachten kunnen aannemen? Gezien de onrust in de wereld zou er werk genoeg zijn. Hij zou zich bijvoorbeeld kunnen laten inhuren door bedrijven en personen om beveiligingstaken uit te voeren. Politie- en soldatenwerk in opdracht. Al googelend trof hij meerdere voorbeelden van dergelijke bedrijfjes. Veel van deze ondernemingen opereerden in de schaduw van conflictgebieden, ver van Nederland. Dat sprak Bik wel aan. Wie weet, dacht hij, word ik nog eens ingehuurd om een regering omver te werpen. Wie betaalt, die bepaalt.

Enige dagen later had hij zich al bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als eigenaar van een ‘particulier militair bedrijf’ en nam hij ontslag bij Defensie. Hij noemde zijn onderneming de Special Tactics Force Unit, afgekort tot STFU. Via een neefje lukte het hem om een oude tank uit het Sovjettijdperk op de kop te tikken, die hij met de hulp van een handige buurman weer operationeel had kunnen maken. 

Bik Hamer was in business. 

Het duurde niet lang tot een eerste opdracht zich aandiende. Verrassend genoeg kwam die uit Nederland. Het was Rupert Draaiman. Toch was het ook weer niet zó verrassend dat hij een belletje uit het noorden kreeg. Ook Nederland bevond zich immers in een diepe crisis, door het uitroepen van de Friese staat in de Groninger Ommelanden. Dit was net nadat Bik ontslag had genomen bij het leger gebeurd. De omwenteling had alweer een aantal maanden geleden plaatsgevonden, maar nog steeds waren de Friese rebellen de baas op het Groninger platteland. Bik vond het allemaal maar een slappe bedoening. Als hij het voor het zeggen had gehad, zou hij de Friezen subiet hebben bevochten en met kop en kont uit de provincie Groningen hebben gegooid. Het was Bik – en velen met hem – niet duidelijk waarom er nog steeds geen orde op zaken was gesteld in het Groningse.

Toen Rupert belde, verwachtte Bik dat hij zou worden ingehuurd – nu het Nederlandse leger leek te slapen – om de Ommelanden te ontzetten, door ze te verlossen van de Friezen.

Rupert had echter een andere klus voor hem. Een klus, die Bik als startende ondernemer maar al te graag wilde uitvoeren.

Op oudejaarsdag, tegen vijf uur in de middag, vertrok Bik met een drietal door hem ingehuurde soldaten – allen zzp’ers – in zijn tank naar de Ommelanden. Om twaalf uur ’s nachts, als overal in de provincie vuurwerk zou worden afgestoken, zou fase 1 van de klus moeten worden uitgevoerd. De jaarwisseling zou een perfecte dekmantel bieden, gezien het geknal en de focus van de hulpdiensten op raddraaiers. De dag erna, om 11 uur in de ochtend van nieuwjaarsdag, was het tijd voor fase 2.

Bik Hamer had er zin in.

56. Volbracht?

Nou jongens, het is volbracht!’ Met deze woorden opende Kevin de vergadering van Beweging 59. Naast Kevin waren Gerard, Hajo en Jack aanwezig. Ze waren bijeengekomen in de keuken van Gerards huis in Den Andel. Linda zou ook komen, maar was vertraagd. Buiten was het zeer zacht voor de tijd van het jaar. De groepsleden hadden elkaar al een week of vier niet meer gesproken.

‘Het is volbracht,’ zei Kevin nogmaals, nu met een diepe zucht. ‘Groningen is verlost! We zijn eindelijk bevrijd van het economisch kolonialisme. Geen gaswinning meer, geen kerncentrales, geen massatoerisme – niets. Dat hebben we toch maar mooi voor elkaar gekregen. Met dank aan onze Friese vrienden.’

‘Mooie woorden Kevin,’ zei Hajo. ‘We zijn verlost van heel veel ellende, zo lijkt het inderdaad, maar tegen welke prijs? Overal wappert de Friese vlag. Ik hoorde van mijn zoon dat zijn kinderen nu verplicht Fries moeten leren op school. Je wordt in de winkels doodgegooid met Friese producten. Ze zijn nu doende om de plaatsnaamborden te vervangen. Het wordt volledig Fries. Niet eens tweetalig! Je hoort mij niet zeggen dat ik liever een kerncentrale in mijn achtertuin heb dan dat ik in een Friese wereld woon, maar waar eindigt dit?’

Jack viel Hajo bij. ‘Het gaat hard en heftig inderdaad. We zitten midden in een frisificatie. Een frissimilatie. Zoiets. Het is leuk en aardig dat we in oorsprong allemaal Friezen zijn hier, maar wat als ik me niet als Fries wil identificeren? Hoe zit het met de rechten van de Groningers?’

Kevin knikte. Hij begreep Jack en Hajo maar al te goed. Kevin en chatbot Elora zaten samen met Sietze, de leider van rebellengroep de Fryske Freiheit, in de Ommelander interim-regering. De Friese Sietze was bloedfanatiek in het vormgeven van de nieuwe Friese staat en deed dat in een zeer hoog tempo..

‘We hebben ons met de Friezen verbonden,’ zei Kevin, ‘omdat het de enige weg was die leidde naar een snelle verlossing. Daar waren we het uiteindelijk allemaal over eens. Ik kon zelf destijds niet goed overzien welke kant het op zou gaan. Maar jullie hebben allemaal ingestemd met de nieuwe Friese maatregelen van de interim-regering.’

Gerard keek verbaasd. ‘Ingestemd? Ik weet van niets.’

‘Mij is nooit iets gevraagd,’ zei Hajo.

‘Mij ook niet,’ zei Jack. ‘Als je het mij had gevraagd, had ik tegengestemd.’

Kevin keek verbaasd. ‘Ik snap het niet,’ zei hij. ‘Ik weet niet beter dan dat jullie het altijd roerend eens waren met onze besluiten.’

‘Hoe gaat dat dan bij jullie?’ vroeg Gerard. ‘Hoe komen besluiten in de interim-regering tot stand?’

‘Nou, Sietze neemt vaak het voortouw,’ zei Kevin. ‘Ik ben vaak terughoudend als het gaat om die Friese maatregelen en vraag dan om jullie input. Zo ook bijvoorbeeld bij het voorstel om Fries als verplicht vak in te voeren op onze scholen. Elora zoekt dan contact met jullie om te peilen wat jullie ervan vinden. Tot nu toe hebben jullie steeds vóór gestemd. Bij alles.’

‘Zoals ik zei,’ zei Hajo, ‘mij is nooit iets gevraagd.’

‘Hoe krijg jij dan precies te horen dat we zogenaamd instemmen met een besluit?’ vroeg Jack.

‘Nadat ik via Elora contact met jullie heb gezocht, krijg ik vaak heel snel bericht terug van jullie. Bijvoorbeeld via een appje, van Linda of zo.’

Kevin keek plots bedenkelijk. Hij pakte zijn telefoon en opende Whatsapp. Na enig scrollen en vegen legde hij de telefoon terug.

‘Het is steeds Linda die dan een appje terugstuurt, zie ik nu,’ zei Kevin. ‘Niemand anders. Ik ging er altijd vanuit dat jullie onderling overleg hadden, en dat Linda dan jullie standpunt aan mij doorgeeft. Het lijkt erop dat Linda de enige is die reageert. Met jullie standpunt. Zou Elora ook alleen maar met haar contact zoeken, als ik vraag om input?’

‘We hebben tot nu toe als groep in elk geval nooit contact gehad met Elora of Linda over besluiten van de interim-regering,’ zei Gerard. Hajo en Jack beaamden dat.

‘Zit Elora dan niet in onze groepsapp?’ vroeg Kevin. ‘Ze zou toch een berichtje in de groep kunnen plaatsen, en dan het meerderheidsstandpunt kunnen analyseren en terugkoppelen?’

‘We hebben geen groepsapp als Beweging 59,’ zei Hajo. ‘Die hebben we nooit gemaakt., Kevin. Dat weet je ook. We appen überhaupt nog maar sinds kort met elkaar. Pas sinds de omwenteling. Tot die tijd waren we niet digitaal immers, om geen sporen achter te laten.’

Kevin schudde zijn hoofd. ‘Sorry jongens, ik ging er steeds vanuit dat Linda het groepsstandpunt verwoordde. Dit klopt natuurlijk niet.’

‘Misschien weet Linda van niks,’ zei Jack. ‘Misschien zit Elora de boel te bedonderen. Wie weet heeft ze Linda’s account gehackt of nagemaakt, of wat dan ook. Dan lijkt het alsof je met Linda appt. Misschien spannen Sietze en Elora wel samen.’

De deurbel ging. ‘Daar zul je haar hebben,’ zei Gerard. ‘We kunnen haar direct even aan de tand voelen.’

Linda kwam binnen en iedereen begroette haar. Gerard wilde haar direct een vraag stellen, maar ze nam zelf het woord.

‘Sorry dat ik zo laat ben, ik heb met Sietze nog even een kerstboom uit het Lauwersoogbos gehaald. Jongens, er is zoveel gebeurd de laatste tijd! Ik ben helemaal in de wolken. Ik ga trouwen met Sietze en stap over naar de Fryske Freiheit. Ik ben me de afgelopen maanden aan alle kanten door en door Fries gaan voelen. Ik weet niet hoe, maar ik wil me heel graag tot Friezin laten naturaliseren. Ik ben ook zwanger! Dat was even schrikken voor mij, maar it lytse bern is welkom hoor!’

Gerard, Hajo, Jack en Kevin wisten even niet hoe ze moesten reageren.

‘Nou, gefeliciteerd natuurlijk!’ zei Kevin uiteindelijk.

‘Een goede reden voor een borrel!’ riep Jack.

55. Na de mist

Na het optrekken van de langdurige, zware mist die het Groningerland had geteisterd, bestond de provincie Groningen de facto nog slechts uit de stad Groningen en Haren. De Ommelanden waren in handen van de rebellen, die over twee groepen waren verdeeld: de Fryske Freiheit en Beweging 59. De sfeer in het veroverde gebied was zeer gespannen. Het in handen krijgen van de Ommelanden was mede dankzij het vernuft van chatbot Elora en slim gebruik van de extreme weersomstandigheden verrassend eenvoudig geweest, maar het in handen houden was iets anders. De regionale omwenteling in Groningen was – niet verrassend – scherp veroordeeld door de Nederlandse regering, die plechtig beloofde zo snel mogelijk met harde hand orde op zaken te stellen. Het organiseren van een nationaal tegenoffensief bleek echter nog niet zo eenvoudig. Het gehele nationale militaire apparaat was gericht op dreigingen uit het oosten en was in het geheel niet voorbereid op onrust in het noorden. Ondertussen werd op hoog niveau gepraat tussen de regering in Den Haag en de in Appingedam gezetelde interim-regering van de Ommelanden, bestaande uit Sietze, Kevin en chatbot Elora, om te bezien of er op diplomatieke wijze een oplossing gevonden kon worden voor de ontstane situatie. Vooralsnog was het rustig, maar voor hoe lang nog?

Voorlopig waren de toegangswegen vanuit Duitsland en Drenthe afgesloten. De wegen vanuit de provincie Friesland waren bedoeld voor noodzakelijke goederen en werden zwaar bewaakt. Het treinverkeer van en naar de Ommelanden lag stil, door het weghalen van wat koperkabels langs het spoor en het plaatsen van blokkades. De militairen van de Rabenhauptkazerne in het Lauwersmeergebied waren weggejaagd of ‘overgelopen’. Hetzelfde gold voor de ambtenaren van politie.

Een deel van de rebellen was richting de provincie Friesland getrokken, om ook daar de macht over te nemen. Het plan was om vóór de kerst een nieuw en onafhankelijk Friesland te creëren, bestaande uit de huidige Friese provincie en de Ommelanden. 

In de supermarkten was de nieuwe tijd al goed merkbaar. Steeds meer winkels in de Ommelanden boden op prominente wijze typisch Friese waren aan, van Oranjekoek tot Friese worst en Berenburg. Dit leidde aanvankelijk tot gemor bij de Groningers, maar dankzij slimme winkelkortingen legden ze zich er snel bij neer. Stiekem was menig Groninger ook wel klaar met hun traditionele poffert en hun kleffe Groninger koek. Er ging een wereld voor hen open.

De afdeling Grouw van de groep Fryske Freiheit probeerde nog voor elkaar te krijgen dat het Sinterklaasfeest op 5 december in de Ommelanden werd vervangen door het Sint Piterfeest in februari, maar dat besluit haalde geen meerderheid, mede om onnodige onrust in de Groninger gezinnen te voorkomen.

Het feit dat de omwenteling volledig langs de stad Groningen was gegaan, leidde tot verwarring en gemengde gevoelens bij de stadsbewoners. Stadjers met een trotse inborst beweerden dat de rebellen de stad hadden gemeden, om een jammerlijk maar zeker verlies te voorkomen. Meer nuchtere stedelingen kwamen tot de conclusie dat de stad domweg was genegeerd door de opstandelingen en voor hen kennelijk niet van belang was. Een derde groep Stadjers begon een eigen beweging, de ‘Hondsrugstrijders’, die zich ging richten op de aansluiting van de stad Groningen bij de provincie Drenthe. ‘Het wordt tijd,’ zo beweerden deze stad-Groningers, ‘dat de provincie Drenthe eindelijk eens een echt stad als hoofdstad krijgt.’ Ze kregen de volle steun van Beweging 59 en de Fryske Freiheit, die inderdaad geen enkel belang hadden bij de stad Groningen.

Rupert Draaiman, gedeputeerde Economie, Mijnbouw en Grond, had zijn eigen zorgen. Het was hem door slinks gemanipuleer en geraffineerd machtsspel tot nu toe steeds gelukt om de kleine gasvelden open te houden. Als de provincie geacht werd bezwaar aan te tekenen tegen het openhouden van een gasveld, omdat de plaatselijke politiek zich tegen de gaswinning had uitgesproken, zorgde Rupert, vanwege het nationale belang bij het openhouden van de velden, dat de bestuurlijke bezwaartermijnen werden ‘vergeten’. Ook was het Rupert gelukt een grote hoeveelheid nationaal geld binnen te halen, om te laten onderzoeken of in Groningen een grote kerncentrale gebouwd kon worden, ondanks het feit dat de provinciale politiek had uitgesproken geen kerncentrale te willen. Wat Rupert betreft viel namelijk nog maar te bezien of de kerncentrale er niet zou komen. Verdeel en heers – een in Ruperts ogen prachtig politiek spel dat hij van de beste, zijn vermoorde vader Govert, had geleerd. Maar zowel de gaswinning als de kerncentrale waren verbonden met de Ommelanden, zodat de kwesties zich – in ieder geval voorlopig – in bezet gebied afspeelden. In de stad zou natuurlijk nooit een kerncentrale komen, terwijl de gasvelden in het omliggende platteland lagen. De Ommelander interim-regering had duidelijk laten weten geen kerncentrale te willen en alle gaswinning stop te willen zetten. Dat stond haaks op Ruperts ideeën over Groningen als profijtelijk wingewest. 

Een ander probleem betrof de lanceerbasis in de Emmapolder. Daar stond een oude Russische maanraket gereed om zogenaamd drie Groningers naar de maan te brengen. Het prestigeproject had als doel om alle Groningers een nieuw begin te geven. Een nieuwe toekomst, waarin de ellende van de gaswinning kon worden vergeten.

Gezeten in zijn kamer in het provinciehuis broedde Rupert op een manier de raket toch gelanceerd te krijgen. De raket zou in Ruperts ogen moeten fungeren als een opgestoken middelvinger richting de Friezen, die zijn provincie bezet hielden. Het zou, volgens plan, een lancering door de provincie Groningen moeten worden, te midden van Friese overheersers. 

Maar hoe kon hij dat realiseren?